dinsdag 9 april 2013

Medebloggers,
 
Ik heb er altijd van gedroomd een roman te schrijven die de lezer van bij de eerste zin bij de keel zoude grijpen, hem vervolgens verlangend zoude doen uitzien naar de tweede zin, dan naar de derde, en de vierde, enzovoort, enzovoort, enzovoort, tot het verhaal tot zijn vreselijke of ontroerende - kan ook - einde zoude zijn gekomen. Tot de lezer dus het verhaal voorzichtig aan de kant zoude schuiven en met een in de verte starende blik zich zoude afvragen wat hem in godesnaam nu weer was overkomen.
 
Dat verhaal, die vertelling, zoude geen moeilijke woorden mogen herbergen, noch toespelingen op niet voor iedereen bevattelijke roekeloosheden of baldadigheden uit de Griekse mythologie, noch verwijzen naar voor de leek verborgen geschiedenissen uit Wereldoorlog II. Wel lange zinnen misschien. Deze lange zinnen zouden het verhaal wel mogen dragen, maar de afzonderlijke bouwstenen dezer zinnen zouden dan zorgvuldig moeten worden afgebakend door middel van komma's en kommapunten en punten en hier en daar een snaaks uitroepteken dan wel een vragend teken, zodat zelfs een ongeletterde kat er nog wel degelijk haar jongen in zoude terugvinden.
 
U ziet, Medebloggers, de intentie is er, de eerste zinnen ook, maar waar die roman uiteindelijk zoude moeten over gaan? Sla me dood!